Bewegingsonderwijs

                    

Op school wordt de basis gelegd voor het bewegingsgedrag van het verdere leven. De basisschoolperiode is de ‘gouden leerperiode’ in het leren van motorische vaardigheden. Op school moet het plezier in bewegen behouden blijven, zodat er een levenslange bewegingsmotivatie ontstaat. 

 

Om dat doel te bereiken leren kinderen in het bewegingsonderwijs deel te nemen aan een breed scala van bewegingsactiviteiten. Hiermee wordt een ruim ‘bewegingsrepertoire’ opgebouwd. Dat repertoire bevat motorische aspecten, maar ook sociale vaardigheden. Kinderen ervaren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen in aansprekende bewegingssituaties. Het gaat daarbij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, hardlopen en bewegen op muziek. Daarnaast komen ook spelvormen als tikspelen, doelspelen, spelactiviteiten aan bod, waarbij het gaat om mikken, jongleren en stoeispelen. 

 

De groepen 3 t/m 8 hebben tweemaal per week bewegingsonderwijs van de gymleerkracht. In de gymlessen worden alle leerlijnen van bewegen meerdere keren per jaar aangeboden. Zo ontwikkelen de kinderen zich op alle motorische gebieden. Er wordt vaak gewerkt in circuitvorm: hierdoor zijn er meerdere bewegingsvormen in één gymles. Deze manier van werken daagt uit tot veel beweging. 

 

In het rapport wordt een beoordeling gegeven voor de bewegingsvaardigheid, spelvaardigheid, inzet en sportief gedrag. Voor de gymlessen is aparte gymkleding verplicht, gymschoenen met een goed profiel worden daarbij sterk aangeraden. Ook de kleutergroepen hebben 2 keer per week les van de gymleerkracht (daarnaast krijgen zij nog één keer per week bewegingsonderwijs met hun eigen leerkracht).